Inspiratie, persoonlijke groei en geluk

Vrijheid ligt in de beperking

Vrijheid ligt in de beperking

Op TV zijn de laatste paar dagen mooie toespraken gehouden. Van onze Koning Willem-Alexander, die duidelijk een “dienend leider” wil zijn. En gisteren oud-commandant der strijdkrachten Van Uhm, die koos om te “dienen” omdat vrijheid iedere dag moet worden bevochten. Er is ook weer veel gekibbel geweest. Over de vraag of je langs Duitse graven mag lopen op 4 mei. Of dat je die doden en de nagedachtenis aan hen moet uitsluiten. Want het zijn Duitsers, en dat waren immers de kwaaie pieren. Over het Koningslied, dat moest verbinden maar juist tot verdeeldheid leidde.

Ondertussen woedt er een strijd in Syrië, waar mensen elkaar – terwijl ik dit schrijf – naar het leven staan. Vrouwen, kinderen en mannen worden genadeloos afgeslacht. In Libanon, waar jarenlang een bittere burgeroorlog heeft gewoed waar nog veel Unifil-veteranen de littekens in hun ziel van meedragen, loopt de spanning als gevolg van de oorlog in het buurland Syrië weer op. In oorlogstijd vervagen de grenzen tussen dader en slachtoffer. De Libanon-veteraan Chris van Laarhoven zegt: “Je wist vaak niet wie met wie aan het vechten was”.

Gelukkig ben ik zelf tot nu toe verschoond gebleven van oorlog. Maar ik heb er wel het nodige van zien langskomen. Al die oorlogen in het nieuws: Vietnam, Cambodja, Libanon, Joegoslavië, Irak, Rwanda, Afghanistan. En ik ben in het vroegere concentratiekamp in Auschwitz geweest. Het kostte me drie dagen om emotioneel te herstellen, en weer vertrouwen in de mensheid te krijgen.

Aan de bron van oorlog en het elkaar toebrengen van leed ligt – zoals Van Uhm zo mooi zei – het denken in “wij” en “zij”. In het beoordelen en veroordelen van de ander. Door de ander een stempel op te drukken, te stigmatiseren. Met een gele ster, of met een naam. Dat uitsluiten doen we allemaal, iedere dag. We generaliseren, om de wereld beter te begrijpen. Hoe dat beeld kan veranderen door je open te stellen voor de ander, en te kijken wie de ander werkelijk is, was gisteravond ook heel mooi te zien in “The secret millionaire”. Dit keer leefde de internet miljonair John Ferber een week undercover in de achterbuurt “Skid Row” in Los Angeles. In het begin voelde hij zich niet op zijn gemak, maar nadat hij kennis gemaakt had met de mensen die om de wijk gaven, en zich inzetten voor de mensen die er woonden, en gezien had hoe “netjes” die arme sloebers eigenlijk waren, hoe het gewone mensen waren met gewone emoties en problemen en nadat hij zelf voor een paar dollar per dag een maaltje moest zien te maken, ging hij met andere ogen kijken. Hij keek niet meer naar de mensen op straat als “zij”, maar als “wij”. Hij drukte ze geen stempel meer op en oordeelde niet meer. En hij liep veel meer ontspannen over straat. De angst en de afkeer waren verdwenen.

Een andere indrukwekkende reportage zag ik ook gisteren op TV. Over een trein uit Bergen-Belzen, met 2.400 krijgsgevangenen, die door de SS-ers – waarom is volkomen onduidelijk – werden afgevoerd uit het kamp toen de Russen naderden. De trein reed kris-kras door Duitsland, totdat ze niet verder konden en de SS-ers er vandoor gingen. En 2.400 verbouwereerde, zieke, uitgehongerde en uitgeputte Joodse mensen (mannen, vrouwen, kinderen – onder wie de bekende advocaat Abel Herzberg) in het Duitse boerendorpje Tröbitz belandden, dat van de oorlog weinig had gemerkt. De enige bommen die er waren gevallen, waren bommen waar men van af wilde omdat ze te zwaar waren. De inwoners waren geschokt door wat zij zagen. Vele van de bevrijde gevangenen stierven in de dagen erna alsnog door ziekte en uitputting, en werden begraven in het dorp. Tot op de dag van vandaag eren de Duitse inwoners van het dorp ieder jaar de doden met een herdenking. Zij lopen niet voorbij aan de graven van de “vijand”.

Om anderen in hun waarde te laten, moet je je dus niet laten verleiden tot makkelijke generalisaties en tot het (ver)oordelen van anderen. Dat is het begin van het kunnen uitsluiten van anderen, doordat je ze niet langer ziet als “wij”, maar als “zij”. Zoals de Dalai Lama het zegt: je moet compassievol zijn. Zelfs tegenover hen, van wie je denkt (of misschien wel zeker weet) dat ze je “vijanden” zijn. Dat is geen zwakte, maar kracht. Een starre houding van veroordeling, van oog om oog, tand om tand, leidt alleen maar tot een voortdurende opeenstapeling van steeds meer leed. Kijk maar naar de uitzichtsloze situatie in het Midden Oosten, waar Israel en de omliggende landen elkaar al decennia in een dodelijke wurggreep houden. Het oud-testamentaire wij-zij en oog-om-oog-tand-om-tand denken aan beide zijden werkt de starheid in de hand. Hoeveel wijzer was men niet in Zuid-Afrika, waar verzoening en vergeving – zelfs van de meest afschuwelijke onderdrukking – de deur opende naar een gezamenlijke toekomst, hoe moeilijk dat pad ook is.

Vrijheid begint dus bij jezelf, en vraagt om zelfbeperking. Boeddha deelde het inzicht met zijn tijdgenoten, dat het deugdzame leven begint bij wat je denkt. Wat je denkt, en hoe je denkt, bepaalt hoe je spreekt, en hoe je handelt. Een leraar of ouder moet zich dan ook onthouden van het uitdelen van stempels aan kinderen. Niemand “lui” noemen, of “dom”. Of “ezel” of “aap”. En kinderen leren, dat zij elkaar ook niet moeten stigmatiseren. Ook journalisten moeten zichzelf behoeden voor stigmatiseren en generaliseren. Hoe makkelijk dat fout gaat was laatst op Teletekst te lezen, waar de twee broers die de aanslag in Boston hebben gepleegd werden aangeduid als “moslimbroers”. Alsof het moslim zijn identiek is aan het willen plegen van bomaanslagen. Dat soort generalisaties, die in de hoofden van mensen geprent worden, drukt hen in een hoek, en vormt je eigen maar ook hun denken, dat leidt tot handelen. Door te oordelen beperk je de ander.

De befaamde Nederlandse filosoof Spinoza heeft langs logisch-deductieve weg de aard van de mens en het deugdzame leven ontleed in zijn “Ethica”. Zijn conclusies waren dezelfde als die van Boeddha. De mens onderscheidt in dingen, die hem Blij maken versus dingen die hem Droef maken. We beschouwen hen, die ons Blij maken, als onze vrienden. En hen die ons Droef maken als onze vijanden. En ook hen, die onze vrienden Droef maken, zien we als Vijand. Maar we zijn niet zo heel goed in het onderscheiden, we zijn vaak verward over wat we waarnemen. We vormen ons een beeld, maar dat beeld is vaak onscherp en verkeerd. We moeten ons dus bezinnen, onze emoties even uitzetten, en goed kijken en nog eens kijken. En de ander bevragen, wat hij bedoelt, en proberen te begrijpen, waarom hij handelt zoals hij doet, vanuit welke motieven en omstandigheden. Want, zo concludeert Spinoza, alleen wanneer we streven naar het beste voor de hele mensheid, helpen we onszelf. Daar ligt de ultieme Blijheid.

Ieder mens moet zich die beperking opleggen, en zich in zijn denken beheersen. We moeten ons blijven richten op het denken in “wij”, en de ander proberen te begrijpen zonder meteen te oordelen. En we moeten onze emoties – die zijn als ijzel en ons makkelijk laten uitglijden – in toom houden. Want alleen dan is er vrede en vrijheid. [MdV 05-05-2013]

Leave a reply