Inspiratie, persoonlijke groei en geluk

De essentie van bewustzijn

De essentie van bewustzijn

Het (zelf) bewustzijn is volgens Dick Swaab in zijn boek "Wij zijn ons brein" wat hij noemt "een emergente eigenschap" van het brein. Ik was daar tot voor kort niet van overtuigd, en meende in mijn zoektocht naar de essentie van bewustzijn dat ons (zelf)bewustzijn, de menselijke geest, een eigen entiteit was. Weliswaar heb ik altijd gemeend, dat die - anders dan filosofen sinds de renaissance leerden - niet wezenlijk verschilde van de geest van dieren, maar ik zag het bewustzijn als een eigen ding binnen een levend wezen. En bij mensen was dit meer ontwikkeld, zo dacht ik. Door ervaringen en gedachten van de laatste maanden ben ik tot een ander inzicht gekomen, en ben ik ook anders naar de wereld om mij heen gaan kijken. Ik denk nu, dat Dick Swaab wel gelijk heeft.Hoe kom ik daar nu zo bij? De opvattingen in de Renaissance, zo hebben we allemaal geleerd, verschoven van het Theocentrische denken naar het Antropocentrische denken. Niet God, maar de mens staat centraal in de wereld. De mens beschikt over een lichaam en een geest, en dat zijn twee verschillende dingen, zo was het uitgangspunt in het Westerse denken, waarbij werd teruggegrepen op de klassieke oudheid, waarin de ratio ook een belangrijke rol was toebedeeld. Met die analytische, rationele geest kan de mens alles doorvorsen, overdenken en begrijpen. Langs de cognitieve analytische benadering van de wereld zou alles te begrijpen zijn. Vandaar ook ons overheersend geloof in wetenschap: ales wat meetbaar en toetsbaar is, is waar en echt. Dat plaatst ons wel voor een probleem, omdat bepaalde dingen niet goed te meten en te toetsen zijn. Dat geldt met name voor metafysische en spirituele zaken.

Het antwoord van de wetenschap daarop is: "helemaal geen probleem, wat niet meetbaar en toetsbaar is, bestaat niet, is onzin en zweverig. Of - als we het 't voordeel van de twijfel geven - dan moeten we alleen proberen het meetbaar te maken". De wetenschap gaat dan ook onvermoeibaar voort met het onderzoeken van niet of moeilijk meetbare dingen, die er volgens sommigen wel zijn.

Wiskundig beredeneerde fysische deeltjes, effecten van magnetische velden of medische behandelingen die niet in de reguliere Westerse opvattingen passen maar volgens sommigen werkzaam zijn, het wordt allemaal onderzocht. Soms blijken dingen die al langer beweerd werden ook inderdaad te kloppen. Zoals de effectiviteit van acupunctuur in bepaalde gevallen. Ondertussen is de wetenschap echter ook bezig zichzelf te ondergraven. Uiteraard op wetenschappelijk verantwoorde wijze.

Dat gebeurt langs twee kanten. Om te beginnen doordat de wetenschapsfilosofie nauwgezet is gaan analyseren, dat er een probleem schuilt in onze methode van kennen en in de vastlegging van dat kennen. Wij zijn aangewezen op onze zintuigen om wetenschappelijke waarnemingen te doen, maar wie zegt dat die betrouwbaar zijn? Hoe weten we bij voorbeeld, dat die niet onderdeel zijn van de waarneming? Die suggestie lijkt uit te gaan van de bevindingen in de kwantummechanica, waarbij volgens de deskundigen de toestand van een minuscuul fysisch deeltje beinvloed wordt door het wel of niet waargenomen worden. Een erg moeilijk te begrijpen concept. Het tweede probleem - en daarover schreven befaamde filosofen als Kant, Wittgenstein, Nietsche en Popper - is de zuiverheid van de begrippen waarmee wij werken. Onze taal maakt de tastbaarheid van de uitdrukking van de werkelijkheid al tot een levensgroot probleem. Een zuivere waarneming wordt door de verwoording alweer "verdicht". Iedereen kan daar weer zijn eigen betekenis en invulling aan geven, en we hebben weer geen zuivere waarheid. Overigens was Lao Tzu daar al een tijdje eerder achter gekomen.

De tweede weg, waarlangs de wetenschap de almacht van ons rationele kennen en begrijpen ondergraaft, is het onderzoek naar het functioneren van onze hersenen. Wie "Wij zijn ons brein" leest en goed nadenkt over wat Swaab ons eigenlijk laat zien, gaat begrijpen dat ons rationele analytische brein maar een klein afdelinkje van onze hersenen vormt, dat het vaak volkomen verkeerd heeft en ernstig beperkt is door zijn eigen handicaps en valkuilen. Victor Lamme doet met zijn boek "De vrije wil bestaat niet" er nog een schepje bovenop door de analytische geest, ons ego, te devalueren tot "de kwebbeldoos". Het kan lekker lullen, maar is verder volstrekt niet relevant en zit er voortdurend naast. Zoals een commentator van een voetbalwedstrijd, die daar ook nul invloed op heeft en alleen de tijd tussen de doelpunten volpraat met trivialiteiten.

Ai. Dat is wel even slikken. Onze knappe rationele geest, ons geweldige ego, onze "kleine professor", quantite negligable? Ik had het er wel moeilijk mee. Maar aan de andere kant, ik bleef me wel afvragen waar het dan eigenlijk zit, ons bewustzijn. En hoe dit zit met dieren, van grote dieren tot de kleinste amoebes en partikeltjes, en planten en bomen, hoe zit het met hun bewustzijn?
We kunnen door onze fenomenale waarneming toch ook zien - als we dat willen - dat alles wat leeft net als wij een bewustzijn heeft. Misschien niet met zo'n mooie processor erbij als de mens heeft, maar het is er wel. En die waarneming, die was toch een valide methode om tot kennis over de wereld te komen. Hoe denkt dan een dier, als het niet zo'n gedachtenwereld heeft als wij?

Tot ik een tijdje terug na de yogales ondervond, dat er een soort contact mogelijk is tussen je lichaam en je geest. Een soort communicatie, maar anders dan denken. Het is een soort denken met je cellen. Als ik het goed begrepen heb, heet dit "flow" (maar misschien heb ik het nog wel niet goed begrepen). Weliswaar was dit een innerlijke ervaring, maar voor mij toch niet minder werkelijk. Ik bedacht me ineens, dat dat precies was wat men in de beoefening van yoga (een van huis uit Hindoeistische traditie) al duizenden jaren beweert: het doel van yoga is het een worden van het lichaam met de geest (PS en met de Goddelijke entiteit). Ik dacht toen ik dat las eerst: och, dat zal wel. Maar toen ik na een yogales zo'n ervaring kreeg, realiseerde ik me dat dit niet zomaar een praatje is. Het zette me (d.w.z. mijn analytische ego) aan het denken. In de eerste plaats bedacht ik me, dat de kleine professor er misschien goed aan doet wat minder hoog te paard te zitten. Hij is misschien toch niet zo slim en belangrijk als ik dacht. En laat het boeddhisme dit nu al veel langer benadrukken! Maar ik snapte niet goed wat hiermee bedoeld werd, ik dacht dat dit alleen betekende dat mensen er goed aan doen zich minder op de voorgrond te plaatsen en zich steeds te realiseren, dat hun perceptie (dus nog steeds vanuit de rationele geest) wel eens kan verschillen van anderen. Maar ik begin nu te denken, dat het veel verder gaat.

Op basis van de bevindingen van hersenspecialisten zoals Swaab, die ons laten zien dat veel van ons handelen gestoeld is op motieven en afwegingen ("emoties" en "gedachten") die in ons onderbewustzijn stoelen, en met de ervaring van flow erbij, denk ik dat het bewustzijn een veel bredere basis heeft. Het bewustzijn van ieder levend wezen wordt gevormd door alle cellen van het organisme samen, die samen "denken". En het rationele bewustzijn, ons (overigens briljante) egootje, is slechts de piek van dat systeem: een emergente eigenschap van het totale organisme.

Als je de zaken zo beziet, dan gaan er opeens een hoop deuren open. Ineens wordt verklaarbaar, waarom dieren en zelfs allerlei lagere en eenvoudiger organismen ook kunnen "denken", terwijl ze niet beschikken over eenzelfde hoogontwikkeld brein als wij. In feite is het ook ontzettend logisch. Het is bizar te denken, dat er een rationeel breintje zou zijn, een los van de rest staand entiteitje, dat niks met de rest te maken heeft. In die zin zie ik de geest ook niet los van het lichaam. De hypermetafysische opvatting van bij voorbeeld Pim van Lommel gaat met toch te ver. Dat strookt in mijn beleving ook niet met wat - op enigerlei manier - waarneembaar is.

Maar door deze opvatting van bewustzijn als intrinsiek in het gehele organisme aanwezig wordt voor mij - als ik zo boud mag zijn - veel beter begrijpelijk, wat Boeddha 2.500 jaar geleden gezegd heeft over zijn ervaringen van de eenwording met het spirituele, met zijn doorschouwing van de wereld en het leven in zijn totaliteit. Als wat hij uitgedrukt heeft in zijn leerredes op die manier wordt bezien, is volkomen te begrijpen dat alles wat leeft en alle materie van het universum een is. Want waar houdt die bezieling op? Hoe klein moet een deeltje zijn om niet meer levend, niet meer bezield te zijn? Ik ben geneigd te denken, dat alle materie intrinsiek bezield is. Het metafysische is onlosmakelijk verbonden met het fysische. Boeddha zei: alles wat leeft streeft naar zelfbehoud en het vermijden van lijden. Je hoeft geen geleerde te zijn om dat overal om je heen te kunnen zien. Daarom beschouw ik alles wat leeft steeds meer als in wezen totaal niet verschillend van mijzelf als mens. Het is intrigerend om te zien, hoe ieder levend wezen georganiseerd is zijn eigen orde en systeem heeft gecreeerd, en op die wijze op een eigen manier functioneert. Maar wezenlijk niet anders dan de mens.

En om een stap verder te gaan: alle materie waaruit die levende organismen zijn samengesteld, bevat die intrinsieke mogelijkheid om te leven, die metafysische component. Dan wordt de evolutietheorie ook zinvoller, want achter die selectie zit een bezielde drijvende kracht. Een soort creationistische evolutietheorie. Op die manier is dus ook te begrijpen, dat de wetmatigheid van bewustzijn en het streven naar leven in het hele universum, in alles wat leeft en is, doordrongen is. Als we dat dan God noemen, dan is God inderdaad alom tegenwoordig en heeft de wereld geschapen. Sterker: God IS de wereld. En om dan de stap van God naar Goed te maken: in die wetmatigheid die in alle materie besloten ligt, zit ook een onderscheid besloten tussen wat goed is - wat dienstig is aan die intrinsieke drijfveer - en wat niet. Die wetmatigheid is niet een strenge man met een lange witte baard, die je zal straffen als je je er niet aan houdt. Maar wat tegen de zwaartekracht in omhoog gaat, zal weer neerkomen. Dat geldt voor de fysische wetten, maar ook voor de metafysische wetten. Zo begrijp ik dan ook het boeddhistische leerstuk van de verbondenheid van alles met alles, en de noodzaak je daar rekenschap van te geven. Het boeddhisme zoals ik daar nu kennis van heb genomen, is zoals ik het nu begrijp dan ook - zoals ik een aantal jaren geleden al eens schreef - sterk filosofisch en weinig religieus van aard. Dat geldt - aldus het boek De Woorden van Boeddha - overigens met name voor de meest zuivere zuidelijke vorm van het boeddhisme, waar de hindoeïstische en andere religies, die in India en omstreken bestonden, niet later door de leer van Boeddha heen geregen zijn met een veelheid aan Goden en andere wezens. Het is gebaseerd op de meest intense en diepste waarneming van de voor ons kenbare werkelijkheid, niet alleen door middel van onze "kwebbeldoos", maar ook door te "denken" met al onze cellen en op die manier terug te gaan naar de kennis, het weten, het zelfbewustzijn dat in onszelf, en in ieder levend wezen besloten ligt. Maar goed, misschien heb ik er wel helemaal niets van begrepen. Oef, dat was diep. [MdV, 19 september 2012]

Leave a reply

Dit is een demo-winkel voor testdoeleinden — bestellingen zullen niet worden uitgeleverd. Sluiten