Inspiratie, persoonlijke groei en geluk

Onsterfelijkheid van de ziel?

Onsterfelijkheid van de ziel?

Sinds mensenheugenis geloven mensen, dat de dood niet het einde is, maar dat je daarna in een onstoffelijke wereld, een hemel (of hel) voortleeft. Dat is de basis van alle godsdiensten. Maar wat leeft er dan voort? En wat is dit voor "leven", want je was immers dood. Het boeddhisme heeft hier een werkbare verklaring voor: de ziel reïncarneert in een nieuw leven, en dat hoeft niet per se een mens te zijn. Dan leef je dus weer. Al die levens tellen op en zijn dienstbaar aan een verder liggend doel van ontwikkeling van de ziel. Of mag je zeggen: van het individu?

Deze vraag houdt mij bezig, niet vanwege een angst voor de dood, maar vanuit een fundamentele nieuwsgierigheid. Als je gaat nadenken over de aard van bewustzijn, en hoe het zichzelf bewust zijn zich verhoudt tot jezelf als individu, dan wordt het behoorlijk ingewikkeld. Ik ben geneigd tot een zeker pantheisme, tot een opvatting over de ziel, of zo je wilt bezieling, die er op neerkomt dat alle levende materie bezield is. Ik zie hierin dus ook geen scherpe scheidslijnen tussen dieren en mensen. Alleen het denkniveau verschilt. Uit onderzoek is al gebleken, dat zelfs vogels zoals kauwtjes zichzelf kunnen herkennen en onderscheiden van anderen. Zij hebben dus ook tot op zekere hoogte een zelfbewustzijn.

Eerder heb ik op deze website verslag gedaan van het boek van de cardioloog Pim van Lommel, die serieus onderzoek heeft gedaan naar bijna dood ervaringen. Verslagen van mensen, die dingen zagen en hoorden, terwijl zij dat medisch niet zouden kunnen. Bovendien waren het waarnemingen, die een soort los zweven van de ziel suggereren, die meer kan waarnemen dan je normaal kunt. En die vertelden dat zij in die toestand overledenen (familie, vrienden) tegenkwamen, die hen toespraken. We zien ook allerlei programma's op TV, waarin bij voorbeeld Char of babyfluisteraar Ogilvie beweren contact te hebben met gene zijde. Nu moet gezegd worden, dat die programma's dan weer weinig overtuigend zijn, omdat ik niet goed begrijp waarom je naasten je naam ineens niet meer zouden weten en er een zoektocht gedaan moet worden naar degeen voor wie de overledene in kwestie langskomt. Van Lommel heeft echter wel een zeer prijzenswaardige en dappere poging gedaan om langs wetenschappelijke weg iets te weten te komen over datgene wat zich in wezen per definitie aan wetenschappelijke waarneming onttrekt.

Een argument, dat Van Lommel hierbij aanvoert voor het bestaan van een ziel, is dat het toch wel erg toevallig zou zijn als door zoveel eeuwen heen zoveel mensen telkens verslag doen van soortgelijke ervaringen. Bovendien zijn dit geen fantasten, die op zoek zijn naar 15 minutes of fame. Nee, meestal willen ze het er niet spontaan over hebben, bang niet geloofd te worden. Bij zeer zorgvuldige herlezing van het boek van Van Lommel is mijn aanvankelijke overtuiging weggebt, omdat er in feite geen enkel hard wetenschappelijk gegeven in staat. En de verklaringen die Van Lommel zoekt in de quantummechanica zijn zo'n mumbo-jumbo dat er eigenlijk geen zinnig touw aan vast te knopen is. Wat mij zou overtuigen, is als inderdaad een geheim merkteken, dat de bijna overleden patient niet kende en anderen ook niet kenden, door de patient genoemd werd. Die merktekens waren wel aangebracht, maar niemand maakte er melding van. Wel waren er andere opmerkelijke feiten, zoals de man die wist welke verpleger zijn kunstgebit had weggelegd, op een moment waarop hij eenvoudig gezegd compleet op apegapen lag en dus nooit kans gehad had de verpleger te herkennen.

Vanuit een eenvoudig denken kan ik me anderzijds wel voorstellen, dat er geesten kunnen bestaan. Als we een geest zien als een samenhangend geheel van energie, waarin bepaalde informatie besloten ligt, dan is het helemaal niet zo raar het bestaan ervan aan te nemen. Per slot van rekening hebben we tegenwoordig allemaal draadloos internet, en zelfs dit blog wordt op deze website opgeslagen door verzending ervan via de ether. Dit hele verhaal, zo nodig met plaatjes erbij, wordt met een druk op de knop verzonden, zweeft door de lucht, en komt ergens weer aan en wordt opgeslagen. In die zin is de gedachte van Van Lommel, dat we ons lichaam moeten zien als een soort tijdelijk medium voor de ziel, niet heel vreemd. Sterker, als ik hem goed begrijp ziet hij onszelf als een zendeling van "the Cloud", het alom aanwezig bewustzijn, dat geen tijd of ruimte kent. Lees God. De ziel parkeert slechts tijdelijk in een lichaam, om daar een tijdje te hobbyen en ervaringen op te doen, om daarna weer in de schoot van de oneindigheid terug te keren.

Daar kan ik wel in meegaan, als werkhypothese. Ik heb alleen vragen naar het waarom van deze getijden. Vooral het alom aangenomen gegeven, dat het individu behouden blijft, is iets wat ik niet kan verklaren. Van Lommel verwijst in zijn boek regelmatig naar onderzoeken door de Amerikaanse wetenschapper Moody. Deze heeft behalve naar bijna dood ervaringen ook redelijk omvangrijke onderzoeken gedaan naar geestverschijningen. Hij doet daarbij verslag van mensen, die vertellen een overledene gezien te hebben, vaak kort nadat die was overleden, om even gedag te zeggen. Of die aan een geliefde verschijnen, om nog wetenswaardigheden over hun dood mee te delen. Ik las ook van een geval, waarin een overleden man langere tijd herhaaldelijk verscheen aan het ziekbed van zijn vrouw, die op sterven lag. Daarbij waren er naar verluid ook waarnemingen, die gepaard gingen aan (vastgelegde) fysieke verschijnselen (zoals voetstappen), en gevallen waarin meerdere mensen tegelijk de verschijning waarnamen. Dit intrigeert mij mateloos, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik het ook wel heel erg eng vind. Ik ben niet zo'n held wat dit betreft (en ik vermoed de meeste mensen niet).

Wat me echter bij dit alles verbaast, is waarom volgens deze verslagen ieder individu in stand blijft. Ik ben wel geneigd te denken, dat er een bezieling in materie is, die tot wasdom komt wanneer die materie zich groepeert. Een organisme herschikt zich vervolgens langs de lijnen van de evolutie, en streeft ernaar zichzelf in stand te houden. Het heelt zichzelf, ontwikkelt zichzelf, en vergaart informatie die latere generaties weer beter maken. Die informatie wordt op een of andere manier opgeslagen. Ik las zelfs van een onderzoek, waarbij men muizen die een doolhof hadden leren kennen had gedood, en hun DNA inspoot in andere muizen. De geinjecteerde muizen vonden significant sneller de weg in het doolhof waar ze nog nooit in geweest waren. Overigens was hier dus kennelijk geen sprake van morfologische resonantie, want anders hadden de niet ingespoten muizen die informatie via de ether ook al opgepikt en hadden alle testmuizen het doolhof sneller doorlopen. Maar waarom zou de informatie van ieders individuele leven opgeslagen blijven en als samenhangend geheel blijven bestaan? Waar moeten we met al die individuen heen? Het worden er steeds meer op deze manier.

Hoe moet ik me die overleden echtgenoot aan dat bed voorstellen? Wat voor kleren heeft hij aan dan? En omgekeerd: als we met Van Lommel aannemen, dat er een alwetend, alomtegenwoordig en tijdloos bewustzijn is, waar wij allen uit voortkomen en in terugvloeien, wat heeft het voor die entiteit voor zin telkens van die expedities te doen in de stoffelijke wereld? Alles wat er te weten valt is immers al besloten in dat alweten. Dus waarom weer iemand afvaardigen die wat luiers moet volpoepen, de mazelen moet krijgen, wat scholen moet doorlopen enz., om uiteindelijk op enig moment tegen een "game over" bord aan te lopen? Verveelt God zich dan zo erg, dat hij/zij zich daarmee bezig moet houden? Ik kom daarom niet veel verder dan de gedachte, dat er wel een onstoffelijke bezielde materie moet zijn, die de tegenhanger van de stoffelijke materie is, en daarmee altijd verbonden is en ordenend op de stoffelijke materie werkt. Maar met het idee, dat het samenstel van individuele levens, herinneringen en persoonseigenschappen een langer leven beschoren is dan het menselijk leven, heb ik moeite.

Kortom, dat is een interessante vraag, die ik wil proberen te beantwoorden door me verder te verdiepen in het grensgebied tussen leven en dood en door me verder te verdiepen in het wezen van bewustzijn. Dat zal vooralsnog moeten langs de weg van Socrates, door zelfonderzoek, of ook langs de weg van het boeddhisme, door meditatie. Maar ik zal ook verder speuren naar de onderzoeken van mensen als Moody, en naar de kritiek daarop van sceptici. Ik ga niet met een groepje mensen in seance in de hoop langs die weg in direct contact te komen. Dat vind ik toch wat teveel mumbo-jumbo (en stiekem ook te griezelig).

Leave a reply

Dit is een demo-winkel voor testdoeleinden — bestellingen zullen niet worden uitgeleverd. Sluiten